Guus
05 december 2018

Blog 5: Onderwijs en geld

Onderwijs en geld

Wat is het toch wonderlijk: nog maar een paar jaar geleden zaten we met z’n allen in een dikke economische recessie. We somberden wat af, zetten een stevige handrem op onze consumptie, we mochten blij zijn als (dat) we werk hadden..... En zo maar ineens klaarde het op, zagen we het weer zitten, durfden we ons geld weer te laten rollen en was er werk in overvloed. Die op en neer gaande beweging van onze economie heet conjunctuur en wordt grafisch weergegeven door een golvende curve. Maar eigenlijk voelt het meer als een spiraal die “zichzelf als het ware versterkend” de hemel in cirkelt of de grond in boort.

In zekere zin is de onderwijssector min of meer ongevoelig voor die bewegingen. Ons onderwijs wordt funderend genoemd en is altijd nodig, in voor- en tegenspoed. Werken in het onderwijs is wat dat betreft behoorlijk veilig want de vraag naar onderwijzers en docenten is redelijk stabiel (even afgezien van demografische schommelingen). 
Índirect merken we wel wat van de staat van de economie. In hoogconjunctuur is het lastiger aan docenten te komen omdat iedereen met een beetje ondernemerszin probeert te profiteren van de bloeiperiode. Maar bij economische tegenwind zoeken velen hun heil in de zekerheid van een vast inkomen, zoals het onderwijs dat kan bieden.
Tot zover een gezonde, voorspelbare oorzaak-gevolg relatie...
Op het niveau van de leerlingen zien we een ander, veel minder wenselijk verband. Met name in ons beroepsonderwijs. Neem de techniek.

De markt schreeuwt op dit moment om technici, in allerlei soorten en maten. Het onderwijs (lees MBO en HBO) kan niet per direct aan de vraag voldoen.
Er komt een roep om meer jongeren te interesseren voor de techniek, te beginnen in het vmbo. Maar... die v staat voor voorbereidend. Wij leiden geen werknemers op. En al helemaal geen specifiek soort werknemers. Wij worden geacht leerlingen zich te laten oriënteren op vragen als: wie ben ik, wat kan ik, wat wil ik. Om al onderzoekend te ontdekken waar hun affiniteit ligt, welke talenten ze hebben. 
Als er dan een enorme subsidie over ons uitgestort wordt om meer leerlingen te verleiden tot een technische vervolgopleiding, levert dat een reeks dilemma’s op:
•    Hoe verhoudt deze doelgerichte verleiding zich tot onze opdracht om leerlingen zich breed te laten oriënteren ?
•    Hoe verhoudt de roep om technici zich tot de roep om (meer) mensen in bijvoorbeeld de zorg en het toerisme ?
•    Wat nu als de economie weer inzakt? En al die technici ineens overbodig blijken.
•    Hoe verhoudt deze doelgerichte subsidie zich tot het besluit om het Zeeuwse VO tegelijkertijd te korten in de algemene middelen? *)
Kortom, onderwijs gaat vaak over verheven idealen, maar helaas ook over het “aardse slijk”. En als bestuurder ben je soms drukker met het laatste dan met het eerste...

*) als gevolg van de zgn. “vereenvoudiging van de bekostiging” moet het Zeeuws onderwijs ruim 3 miljoen inleveren (dat is meer dan de techniek-subsidie van 2 miljoen) 

Geschreven door Guus Hagt