""
22 augustus 2018

Ubuntu (Blog 2)

Na een misschien on-Nederlandse, maar o zo aantrekkelijke zomer zijn we uitgerust en opgeladen weer aan de slag gegaan om van cursus 2018/2019 een mooi schooljaar te maken. Primair voor onze leerlingen, onze “klanten” zogezegd, maar (daarmee) ook voor onszelf, als medewerkers. Persoonlijk heb ik de neiging om met regelmaat stil te staan bij wat mij “drijft” om het werk te doen dat ik doe. Vooral ook om het gemotiveerd en geïnspireerd te blijven doen.

Vandaar dat ik mijn toespraakje bij de opening van het schooljaar probeer daaraan te wijden. Ook al omdat we het over die drijfveren van ons gek genoeg, niet zoveel hebben met elkaar (en met onze “klant”). Simon Sinek legt in zijn TEDtalk (te zien op YouTube) heel mooi uit waarom we het met elkaar wel vaak hebben over het wat en het hoe van wat we doen en zelden over het waarom. En dat de goldon circle juist andersom werkt. Vanuit je drijfveren, je bezieling, maak je veel beter en intenser contact dan wanneer je je beperkt tot de operationele zaken, waar een school natuurlijk bol van staat.

Of het nu de warmte was –we hadden deze zomer immers gevoelstemperaturen van boven de 400 C- of iets anders, maar ik voelde de aandrang om het met mijn collega’s eens over het Ubuntu concept te hebben. Er is een computerbesturingssysteem dat dit niet voor niets als merknaam hanteert.

Zij schrijven op hun websites: Ubuntu laat je voelen dat je bestaat dankzij de anderen. In Zuid Afrika drukt het woord een manier van zijn uit. Als je Ubuntu bent is dat een compliment. Je bestaat dankzij de anderen. Bij de Ubuntu-gedachte hoort ook een levensstijl van luisteren, verbinding maken, dialoog, en communiceren met elkaar, op een respectvolle wijze.

In die zin is het hele world wide web natuurlijk een prachtige metafoor voor het Ubuntu concept. Welke mogelijkheden heb je niet, als individu, dankzij dat netwerk van al die anderen. Of andersom: zonder die anderen ben je nergens. (of ben je, bij wijze van spreken, niemand).

De kern van de Ubuntu-gedachte laat zich als volgt samenvatten:

I AM WHAT I AM BECAUSE OF WHO WE ALL ARE. Wij zouden zeggen: “ik ben omdat wij zijn”.

Om dit concept te doorgronden moeten wij, westerse mensen, stevig omdenken. Immers in onze westerse, geïndividualiseerde samenleving, voegt de ander, met wie wij samenleven,  hooguit iets toe aan ons persoonlijk leven. M.n. door onze materiële welvaart hebben wij het idee kunnen krijgen dat we het in het leven goeddeels alleen afkunnen. Een illusie natuurlijk, want meer dan ooit zijn we afhankelijk van anderen, al is het niet meer in je eigen dorp, maar in the global village. Denk aan je kleding, je voedsel, uiteraard ook alle technologie die ons omringt.

In Zuid-Afrika, waar het concept zijn wortels heeft, is aartsbisschop Desmond Tutu boegbeeld van dit gedachtegoed. Hij was betrokken bij de waarheidscommissies die na afschaffing van de apartheid een nieuwe samenleving wilden creëren waarin het “wij” betrekking zou hebben op blank èn zwart en er geen sprake zou zijn van een omkering van rollen, waarbij de zwarte meerderheid de blanke minderheid zou onderdrukken.

Tutu realiseerde zich dat het einde van de apartheid de ultieme test van Ubuntu zou zijn. De menselijkheid van de daders van apartheid verbonden met die van hun slachtoffers. Toen ze elkaar door het opleggen van lijden en kwaad dehumaniseerden, dehumaniseerden zij zichzelf. De verzoeningscommissies die de aartsbisschop leidde was dan ook  gericht op verheffing van beide etnische groepen: geen wraak of langdurige hechtenis, maar amnestie in ruil voor waarheid.

Nelson Mandela, wiens 100e geboortedag wij deze zomer herdachten, lééfde Ubuntu. Uit zijn levensverhaal kun je de kracht van het concept afleiden!

Wij leven en werken niet in die omstandigheden; toch kan de Ubuntu-benadering ons behulpzaam zijn in onze eigen kijk op ons leven en op ons werk. Bijvoorbeeld door ons te realiseren dat we er in ons werk niet alleen voor staan. Maar ook door te beseffen dat we niet alleen functioneel “met elkaar aan het werk zijn” maar dat de kwaliteit en betekenis van dat werk afhangt van wat wij als personen met elkaar tot stand brengen. En de impact die dat heeft in het leven van onze leerlingen. Dat klinkt zwaar, maar wij mogen dat niet onderschatten!

Dit sluit aan bij het motto van de pedagoog Gert Biesta, dat Mondia in 2016 adopteerde: onze hoofdtaak is leerlingen “in de wereld te brengen” en die opdracht is drieledig. Naast kwalificatie (een mooi diploma) en socialisatie (wereldburgerschap) dragen wij in belangrijke mate bij aan hun persoonlijke vorming.

Het “wij” staat voor onze (scholen)gemeenschap en wat “ik” daaraan bijdraag (en wat ik eraan ontleen) geeft mede vorm en inhoud aan de identiteit van onze scholengroep: waar wij voor staan en waar wij voor gaan.

Dat is geen statisch gegeven en zou met regelmaat onderwerp van gesprek moeten zijn. In de geest van Ubuntu, moeten we het dan niet zozeer hebben over wat-we-doen, maar van-waar-uit-we het-doen.

Daarom wens ik iedereen, ook u als lezer, voor het komend schooljaar veel Ubuntu toe.

 

Geschreven door Guus Hagt

Geschreven door